zoek

Nieuwsbrief

Wenst u zich in te schrijven op de digitale nieuwsbrief?
   
Euregio Scheldemond
PAC Het Zuid
4e verdieping, lokaal 441
Woodrow Wilsonplein 2
B-9000 Gent
euregio.scheldemond@oost-vlaanderen.be

Geschiedenis

De Lage Landen
 
De Lage Landen strekken zich uit van Frans-Vlaanderen tot aan Denemarken.
In de volksmond bedoelen we met de Lage Landen vooral België en Nederland of hun laaggelegen kustgebieden.
 
De kust van de Lage Landen is veelal door de duinen beschermd. Het is het land dat door de zee, door drie grote rivieren (Rijn, Maas en Schelde) maar ook vooral door de mens is gemaakt. Het land is er plat, hoger dan zeven meter verheft het land zich zelden. De Schelde is de kleinste van de drie rivieren die de Lage Landen gevormd hebben. Ze ontspringt in Noord-Frankrijk op 96 meter hoogte. Als de Schelde België binnenstroomt is de hoogte nog maar 16 meter; van daar ontwikkelt zich een steeds bredere, traag stromende rivier. Vrijwel alle Vlaamse rivieren komen in de Schelde uit: de Leie vanuit West-Vlaanderen, de Dender, de Rupel, de Herk en de Demer.
 
De Scheldemonding kan worden gezien als het gebied van noordelijk Oost-Vlaanderen (Gent als meest stroomopwaarts gelegen zeehaven aan de Schelde), de stad Antwerpen, de Westerschelde, de Oosterschelde en de zeehavens Terneuzen, Vlissingen, Zeebrugge en Oostende. De Scheldemonding verleent in 1989 zijn naam aan de samenwerking van de provincies Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland: Euregio Scheldemond.
 
 
De eeuwige strijd tegen de zee
 
Toen het ijs na de laatste ijstijd, ruim 12.000 jaar geleden, begon te smelten kwam de zeespiegel steeds hoger te liggen. De Rijn, Maas en Schelde werden daardoor teruggedrongen en gingen langzamer stromen. Dit had als gevolg dat door het water meegevoerde stenen en slib sneller naar beneden zakten. De bodem werd daardoor opgehoogd en de kustlijn gevormd. Onze regio's bestonden in die tijd uit niet meer dan een langgerekt snoer van strandwallen, met daarachter een enorm modderig gebied. Op die strandwallen vestigden zich rond 4000 v.Chr. de eerste mensen, maar slechts voor korte tijd. De zee bleef stijgen en brak eens in de zoveel tijd door de strandwallen heen of drong via de rivieren het land binnen, met alle gevolgen vandien. Deze eeuwenlange strijd tegen de zee wordt fraai tastbaar gemaakt in Terra Maris, een museum in Oostkapelle dat in het project Tijdsporen werd vernieuwd. Tijdsporen is het euregio-project waarin de gezamenlijke geschiedenis van Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland, de 'culturele biografie', terug tot leven wordt gewekt en toeristisch wordt ontsloten.
 
Als de zee weer eens het land binnendrong ontstonden geulen, kreken en zeegaten. Tot op de dag van vandaag zien we hiervan de sporen in het Vlaams-Zeeuwse grenslandschap. Voorbeelden zijn de Boerekreek, de Grote Geul en de Grote Kreek. Dit krekengebied is in ere hersteld via de verschillende uitvoeringsprojecten uit het Grensoverschrijdend Krekenbeleidsplan.
 
De zee nam niet alleen, ze gaf ook. Er bleef na overstromingen een laag klei achter op het veen en aan de randen van de kreken bleven heuveltjes achter. Op deze heuveltjes, die men ook de kreekruggen noemt, vestigden zich de eerste permanente bewoners aan de Scheldemonding.
 
Rond het begin van onze jaartelling kwamen de Romeinen. Ze troffen een dunbevolkt moddergebied aan met permanent gevaar voor overstromingen.
 
Plinius de Oudere, een Romeins geschiedschrijver die met de legioenen meegekomen was gaf wellicht als eerste een schriftelijke omschrijving van dit gebied. Hij bracht het direct treffend:
 
Een keer 's nachts en een keer overdag
dringt de oceaan dit wonderlijke land binnen,
breed en met overweldigende golven.
Is dit land of water?
Het lijkt het einde van de wereld.
En toch wonen er mensen.
Armzalige mensen
 
De Romeinen bleven. Bij één van de nederzettingen van de "armzalige mensen" bouwden zij een versterkte legerplaats: het Zeeuws-Vlaamse Aardenburg. Niet minder dan 1000 legionairs waren hier gestationeerd. Ook in Oudenburg, in West-Vlaanderen, en in Maldegem in Oost-Vlaanderen werden kustverdedigingsforten gebouwd. De drie waren met elkaar verbonden via een Romeinse weg, waarvan het tracé nog steeds bestaat. De Romeinse (en latere middeleeuwse) roots van Oudenburg, Maldegem en Aardenburg werden toeristisch ontsloten in het euregio-project ROMA en via deelprojecten in Tijdsporen.
 
 
Machtige Europese rijken
 
In de tijd van de Romeinen was de Scheldemonding een onbenullig, achtergebleven grensgebied. In de donkere jaren tot aan de middeleeuwen en daarna behaalden de Vlamingen en Zeeuwen langzamerhand een klinkende overwinning op de zee, door polders aan te leggen en dijken te beheren. In de middeleeuwen kwam voor het eerst het grote economische belang van dit gebied aan het licht.
 
De middeleeuwen, grofweg van het jaar 500 tot 1500, gaven Euregio Scheldemond zijn romantische kastelen, koetshuizen en abdijen. Onder andere Middelburg-in-Vlaanderen, het Kasteel Bulskampveld bij Beernem, de Drongengoedhoeve bij Knesselare, het Kasteel van Wijnendale bij Torhout, kerken en stadspoorten in Aardenburg, de Sint-Pietersabdij van Oudenburg en de Abdij van Middelburg geven blijk van het belang van de streek in deze eeuwen. De meeste van deze stukjes erfgoed werden gerestaureerd en ontsloten binnen Tijdsporen.
 
Al onder Karel de Grote, die bijna heel Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en de Nederlanden in zijn bezit had, waren de Lage Landen het centrum van diens heerschappij.
 
De Scheldemonding en steden als Gent en Brugge kwamen tot bloei.
Niet lang na de dood van Karel werd diens rijk opgesplitst. Vlaanderen (toen nog beperkt tot Oost- en West-Vlaanderen) en Zeeland kwamen bij het Westfrankische Rijk, het latere Frankrijk. Ten oosten van de Schelde ontstond het Duitse Rijk. Gent was een belangrijke grensstad tussen beide koninkrijken.
 
Er ontstond een lakenindustrie die het graafschap Vlaanderen grote welvaart bracht. Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en de beide Bevelanden kwamen omstreeks het jaar 1000 bij Vlaanderen. Het Zwin, de zeearm die Brugge via Damme en Sluis zijn toegang tot de wereldzeeën verschafte, werd een druk bevaren route.
 
Middelburg werd een belangrijke stad, vooral toen Vlaamse monniken er de abdij stichten, waar op de dag van vandaag het Zeeuwse provinciebestuur is gevestigd. Hulst werd een voorpost voor het niet altijd even bereikbare Antwerpen.
 
Een van de beroemdste vroegere Nederlandstalige literaire werken, de schelmenroman Reynaert de Vos, situeert zich in en rond het middeleeuwse Hulst, en aangrenzend Vlaanderen.
 
In Euregio Scheldemond werd dit Vlaams-Zeeuws literair hoogstandje eigentijds gepresenteerd in het toneelstuk Republiek der Negatie, het stripverhaal Van den Vos Reynaerde, het spel Vossenstreken en een Rondreizende Reynaerttentoonstelling.
 
De geografische ligging en bodemgesteldheid van de Zeeuwse eilanden bepaalden sterk het karakter van de stedelijke en economische ontwikkeling. De Zeeuwse eilanden zijn nog maar vanaf de 16e eeuw een zelfstandige regio. Ze vormden lange tijd een twistappel tussen de graven van Holland en Vlaanderen. Het noordelijk deel van het huidige Zeeland kwam uiteindelijk bij Holland. De graven van Holland keken met welgevallen zuidwaarts. De Zeeuwse edelen moesten daar echter niets van weten. Ze kozen de zijde van Vlaanderen in de Guldensporenslag (1302). Deze slag op het Groeningheveld bij Kortrijk werd een van de bekendste veldslagen uit de Europese geschiedenis. Brugse ambachtslieden, gesteund door boeren en Zeeuwen, versloegen toen het machtige leger van de Franse koning. Nog steeds wordt de Guldensporenslag gezien als één van de belangrijkste datums in het ontstaan van de Vlaamse natie.
 
Na de Guldensporenslag kwam de burgerij op. De adel, die de zijde van de Fransen koos, had het niet langer voor het zeggen. De steden werden machtiger, Gent werd de grootste industriestad van Europa. Op het hoogtepunt kon het op zichzelf 60.000 man onder de wapens brengen. In de strijd tegen Holland echter raakte Vlaanderen toch definitief de Zeeuwse eilanden kwijt.
 
Onder Filips de Goede, die de Vlaamse troon in 1384 besteeg, waren de Bourgondische Nederlanden met in het hart Vlaanderen een eeuw lang het financiële en culturele centrum van West-Europa. Door een geslepen huwelijkspolitiek kwamen ook Holland, Zeeland, Brabant en Limburg binnen korte tijd bij dit Bourgondische Rijk.
 
Te veel bravoure van zijn zoon Karel de Stoute kostte de Nederlanden echter hun machtige positie. Nadat hij sneuvelde in een poging zijn gebieden uit te breiden viel Frankrijk voor de zoveelste keer binnen. Zijn opvolgster, Maria van Bourgondië, kon niets anders doen dan huwen met Maximiliaan van Oostenrijk en gaf zo de zelfstandigheid van de Nederlanden op. Na nog wat strubbelingen kwam Karel V begin 16e eeuw aan de macht van dit rijk, dat zich inmiddels uitstrekte over het Duitse Rijk, de Nederlanden, Spanje, delen van Frankrijk en Italië en Mexico en Peru, die waren veroverd door de Spanjaarden. De Nederlanden behoorden tot een van de grootste rijken ooit op aarde.


 
Eenheid, maar niet voor lang
 

 
In 1543 waren de 17 provinciën der Nederlanden kort verenigd, binnen het rijk van Karel V. In 1555 volgde zijn zoon Filips II hem op. Deze was in Spanje opgevoed en voelde weinig voor de koude, verre Nederlanden.
 
In die tijd kreeg het protestantisme stevig voet aan de grond in Europa. Vooral in de grote steden Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen en Amsterdam kreeg het veel aanhangers. Het volk kwam in opstand tegen de katholieke heersers in de Tachtigjarige Oorlog. Deze oorlog is van groot belang geweest voor het landschap aan de Vlaams-Zeeuwse grens. De vele forten en linies die in die oorlog werden gebouwd, zijn vandaag de dag belangrijke trekpleisters voor recreanten op zoek naar de Staats-Spaans Linies. Via dit project, en in deelprojecten in Tijdsporen, hebben Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland de linies terug in het landschap gebracht en beleefbaar gemaakt voor de recreant.
 
De opstand kwam niet alleen vanuit het noorden. Juist in het verstedelijkte zuiden kwamen veel protestanten in opstand, maar zij moesten vluchten naar de Hollandse steden, toen de greep van de Spaanse hertog van Parma op het zuiden versterkte. De komst van de kapitaalkrachtige vluchtelingen bracht Holland tot bloei.
 
Tijdens het twaalfjarig bestand in de Tachtigjarige Oorlog lag de bestandslijn nagenoeg gelijk met de huidige Vlaams-Zeeuwse grens. Enkel Hulst behoorde in die jaren tot het zuiden. Tot op vandaag is dit merkbaar in de cultuur en religie van de inwoners. Aan het einde van de oorlog echter was ook Hulst ingelijfd bij de Zeven Provinciën, en met de afsluiting van de Schelde was Antwerpen haar toegang tot zee via de Westerschelde kwijt.


Zeeland was in de 16e eeuw een van de belangrijkste provincies van de Republiek. Holland spande de kroon met veroveringen op Spanje. Al tijdens de oorlog bevoeren ook de Zeeuwen de wereldzeeën. Zo had Zeeland tussen 1667 en 1684 de soevereiniteit over de van Engeland veroverde kolonie Suriname en waren er geruime tijd Zeeuwse "volksplantingen" in wat tegenwoordig Brits Guyana is. Michiel de Ruyter was de beroemdste zeeheld en blijft tot op heden de beroemdste Zeeuw ooit.
 
Een belangrijke rol in de expansie van de Republiek in de 16e eeuw was weggelegd voor de "Verenigde Oost-Indische Compagnie" (VOC). De VOC handelde wereldwijd en wordt vaak genoemd als 'de eerste multinational'. Het verdient dit predikaat, niet alleen vanwege de vele internationale bestemmingen waarop de schepen voeren, maar ook vanwege het internationale karakter van het personeel. Het grootste deel van de bemanning van de VOC-schepen van de Kamer Zeeland was namelijk helemaal niet afkomstig uit de Republiek. Integendeel, het waren vooral Vlamingen. Deze opmerkelijke conclusies werden getrokken uit het Euregionaal onderzoeksproject Uitgevaren voor de Kamer Zeeland.
 
 
Van Maurits tot Napoleon
 
Vanaf de splitsing van de Nederlanden tijdens de Tachtigjarige Oorlog tot de inlijving van de zuidelijke en noordelijke Nederlanden door Napoleon rond 1800 stonden Vlaanderen en Zeeland met de rug naar elkaar. Dit had als gevolg dat de reeds aanwezige linies en vestingsteden systematisch werden versterkt. Een belangrijk fort uit deze tijd is het Fort Liefkenshoek aan de Schelde in Beveren. Oorspronkelijk voor de verdediging van Antwerpen tegen de Spanjaarden werd het 200 jaar later omgebouwd door Napoleon voor de verdediging tegen de Engelsen. Een belangrijke garnizoenstad was IJzendijke. Hier zetelde de Spaanse gouverneur. Deze fraaie relicten in Beveren en IJzendijke werden toeristisch ontsloten in het project Van Maurits tot Napoleon. Eerder al werden twee andere militaire grenslandschapsartefacten uit deze tijd hersteld in het euregio-project Stadswallen-Steenen Beer. Het gaat hier om de stadswallen van Damme en de inundatiesluis Steenen Beer te Hulst.
 
Met de komst van Napoleon zaten Vlaanderen en Zeeland weer in hetzelfde schuitje. De napoleontische tijd leidde het einde in van de machtige status van Holland en Zeeland. Holland verloor het grootste deel van haar overzeese gebiedsdelen aan de Engelsen. Uiteindelijk werd Napoleon verslagen, bij Waterloo, nabij Brussel.
 
 
Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden
 
Nadat Napoleon was verslagen, voegden de Europese grootmachten België bij Nederland en ontstond het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden. Het was een ongemakkelijke constructie.
 
In die jaren (de jaren 1823-1827) werd het kanaal Gent-Terneuzen gegraven. Voor de Vlaams-Zeeuwse economische relaties en voor de samenwerking in Euregio Scheldemond is dit unieke grensoverschrijdende zeekanaal van groot belang. Dat blijkt uit economische en ruimtelijke ordening projecten als Startconferentie Kanaalzone, "Integratie Havens Gent/Zeeland Seaports", "Werkgevers Actieplan Kanaalzone", "Gebiedsgericht Milieubeleid Kanaalzone" en "ROM-project Gentse Kanaalzone" maar ook uit onderwijsprojecten als "RITON".
 
In 1830 kwam België in opstand. Daarmee eindigde de laatste periode waarin Vlaanderen en Zeeland tot dezelfde staat behoorden. De grenzen werden, onder invloed van het nationaal-georiënteerde onderwijs en protectionisme, stevige barrières.
 
 
Twee Natiestaten
 
Door de industrialisatie en de rijkelijk aanwezige delfstoffen was België na zijn ontstaan een welvarende staat. Tenminste, het zuiden ging het voor de wind. De Franstaligen bekleedden alle machtsposities en Vlaanderen werd achtergesteld. Enkel Antwerpen en Zeebrugge hadden als zeehavens nog iets in de pap te brokken. België had geen kolonies maar zijn koning Leopold I verkreeg in 1884 Congo als privébezit. Later ging dit over in een koloniaal gezag van de Belgische staat.
 
Nederland industrialiseerde pas later. Het land was al lang niet meer de grootmacht die het in de 16e eeuw kortstondig was. Wel behield het een deel van de erfenis uit deze tijd in de vorm van kolonies in de Caraïben (Suriname en de Antillen) en zuidoost-Azië (Indonesië). Zeeland kwam op het tweede plan wat betreft maritieme economische activiteiten en was niet interessant voor industriële ondernemers.
De Eerste Wereldoorlog
 
In 1914 viel Duitsland België binnen. In feite was de enige reden daarvoor, dat zo de Maginot-linie, de verdedigingslijn die Frankrijk in het oosten tegen Duitsland moest beschermen, werd ontweken. Door de brutale aanval op België kwam ook Groot-Brittannië in oorlog en pas in 1917 zonden de Verenigde Staten na grote aarzeling troepen naar het Europese front.
 
De Duitse opmars richting Parijs kwam tot stilstand in onder andere de West-Vlaamse westhoek. Vooral het oorlogsgeweld in Ieper en Poperinge was zo hevig, dat men al snel sprak van de Grote Oorlog. De Duitsers reageerden zich af op de Belgen en deze vluchtten massaal naar het neutrale Nederland. Ook in Zeeuws-Vlaanderen kwamen veel vluchtelingen terecht.
 
Om deze stroom tegen te gaan creëerden de Duitsers een gigantische barrière van prikkeldraad onder stroomspanning langs de Belgisch-Nederlandse grens. Dit is in de volksmond de "doodendraad".
 
Direct na de oorlog zagen enkele Franstalige machthebbers en Antwerpse havenbaronnen hun kans schoon: Nederland had in hun ogen teveel met de Duitsers geheuld en België was kwetsbaar geweest door het historische verlies van gebieden als zuidelijk Nederlands Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Tijdens de onderhandelingen in Versailles eisten zij deze gebieden op. Door een niet eerder gezien nationalisme in Zeeuws-Vlaanderen en onder aansporen van een plots in dit gebied geïnteresseerde koningin Wilhelmina, kreeg België nul op rekest. Het Zeeuws-Vlaamse volkslied ontstond in die tijd. Wesley Vermeere, een jonge regisseur uit West-Zeeuws-Vlaanderen maakte voor de euregio een documentaire over deze periode: Zeeuwsch-Vlaanderen Nederlandsch!
 
 
De Tweede Wereldoorlog
 
Mede door deze historie was de verstandhouding tussen België en Nederland tussen de twee wereldoorlogen slechter dan ooit. België en Nederland gingen ieder hun eigen weg. Alleen de talrijke voetbalinterlands tussen de twee landen gaven nog de indruk dat het hier buren betrof. In België was vooral de taalstrijd, en de emancipatie van Vlaanderen ten opzichte van Wallonië, onder de aandacht. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leek de geschiedenis van de Grote Oorlog zich deels te herhalen. Wederom koos Duitsland voor de noordelijke route om de Franse linies aan de Rijn te ontwijken. Nu echter werd ook Nederland aangevallen.
 
In de vreselijke ervaringen tijdens de bezetting herkennen Vlamingen en Zeeuwen elkaar. De grens bestond niet voor de oorlogvoerende partijen. De Scheldemonding was wederom een strategisch gebied, met als naar gevolg dat er, tijdens de bevrijding, hard om werd gevochten. De Slag om de Schelde en de Slag aan de Leie waren belangrijke gebeurtenissen in die tijd, voor zowel Zeeland als Vlaanderen.
 
De gebeurtenissen tijdens de bevrijding en de periode van wederopbouw daarna zijn via tentoonstellingen, exposities en bezoekerscentra in beeld gebracht in het euregio-project Vergeten Veldslagen uit de Tweede Wereldoorlog. De Slag om de Schelde komt specifiek tot leven in deelprojecten in Ramskapelle en Westkapelle in Tijdsporen. De marsroute van de Canadese bevrijders in het grensgebied van Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland (operatie Switchback) werd opnieuw beleefd in Switchback Memorial Route.
 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten België, Nederland en Luxemburg als kleine natiestaten in hetzelfde parket. De regeringen in ballingschap zochten toenadering en kwamen tot de conclusie dat ze enkel samen voldoende sterk zouden staan na de oorlog. In 1944 werd zo de Benelux geboren.
 
 
De naoorlogse periode
 
Acht jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog vond de misschien wel meest traumatische gebeurtenis in de moderne geschiedenis van Zeeland plaats: de Watersnoodramp. In februari 1953 braken door een samengaan van factoren de dijken op verschillende plaatsen in Zeeland door, met een enorm menselijk en economisch leed tot gevolg.
 
Als reactie daarop ontstond het Deltaplan waarmee de Zeeuwse kustlijn werd verkort door de aanleg van de verschillende dijken in zee, en werden de bestaande dijken versterkt. Deze werken en de Zeelandbrug tussen Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland maakten bovendien de verschillende Zeeuwse eilanden beter bereikbaar. Dit en het opkomend toerisme gaf Zeeland weer enige voorspoed op economisch vlak.
 
In Vlaanderen ging het in 1976 mis. Door overmatige regenval overstroomden de rivieren. Zowel Zeeland als Oost- en West-Vlaanderen ondervonden weer de gevaren van het water. Ook de Vlaamse provincies krabbelden echter weer op. De reactie kwam in de vorm van het Sigmaplan. Nog altijd echter is het water, en de bescherming tegen hoge waterstanden, een topprioriteit binnen de provincies in Euregio Scheldemond.
 
De al eerder genoemde samenwerking in de Benelux werd een model voor heel Europa. De Europese integratie heeft twee voorname beweegredenen: nooit meer oorlog enerzijds en welvaart door samenwerken anderzijds. In 1957 waren België en Nederland twee van de zes staten die het Verdrag van Rome tekenden, waarmee deze integratie werd ingezet.
 
Deze Europese integratie had en heeft verstrekkende gevolgen voor de Europeanen, en niet in het minst voor de bewoners van grensgebieden. Sommige gevolgen zijn negatief, andere positief. De grensoverschrijdende koopstromen binnen Euregio Scheldemond, vooral van Vlaanderen naar Sluis en Hulst en van Zeeland naar Brugge en Gent, zijn door de Europese integratie flink toegenomen, maar ook ernstig is gewijzigd. Zo is het banktoerisme in de laatste jaren flink gedaald maar is het drugstoerisme (waar geen sprake is van geharmoniseerd beleid) juist toegenomen. Een actueel beeld van grensoverschrijdend koopgedrag werd ontwikkeld in het project Grensoverschrijdende bezoekersstromen.
 
In ieder geval brengt de Europese integratie (bijgestaan door moderne communicatiemiddelen) Vlamingen en Zeeuwen én andere Europeanen steeds gemakkelijker bij elkaar. In heel wat euregio-projecten werd een duwtje in de rug gegeven van deze internationale contacten. Voorbeelden zijn "Scholen aan de Schelde", "Jongeren in het eengemaakte Europa", "Euregionaal Zakendoen" en "Grensoverschrijdende toeleveringsactiviteiten en bedrijvencontactdagen". In de kaderprojecten Over de grens, van mens tot mens kwamen, in enkele tientallen deelacties van 1996 tot op heden, ruim 700.000 Vlamingen en Zeeuwen met elkaar in contact.
 
Ook op regionaal-bestuurlijk vlak werd toenadering gezocht. Sinds de jaren 50 wordt binnen Euregio Scheldemond samengewerkt op het vlak van water, cultuur en onderwijs. In 1960 werd de culturele samenwerking tussen West-Vlaanderen en Zeeland geformaliseerd met een samenwerkingsakkoord, welke in 1976 werd uitgebreid met Oost-Vlaanderen. De samenwerking was verder echter vooral ad hoc en bovendien zonder expliciete steun vanuit Den Haag en Brussel; buitenlands beleid bleef vooral aan de nationale regeringen.
 
Vanaf de jaren 80 gingen, geïnspireerd door de samenwerking binnen Euregio's, stemmen op in het Europees Parlement om grensoverschrijdende interregionale samenwerking te stimuleren. Door lokaal langs de binnengrenzen van de EU intensieve contacten te bewerkstelligen, kon het verdwijnen van die grenzen door het vrije verkeer van goederen, mensen en diensten pas echt gestalte krijgen. Vanaf het begin van de jaren 90 werd die interregionale samenwerking ook financieel gesteund, via het initiatief Interreg. In diezelfde tijd werd de samenwerking in Euregio Scheldemond structureel verankerd. Op 16 november 1989 ondertekenden de drie provincies een intentieverklaring op basis van het Benelux Verdrag voor grensoverschrijdende samenwerking. Op 13 december 1993 kwam de Scheldemondraad voor het eerst samen. Kort daarna zijn vakgroepen ingesteld waarin permanent wordt samengewerkt rond economie, toerisme, cultuur, onderwijs, ruimtelijke ordening en milieu, en welzijn en zorg. Vanaf 2000 bestaan er ook de vakgroepen openbare orde en veiligheid, en landbouw en visserij. Daarna heeft ook de gemeentelijke samenwerking binnen de euregio een structureel karakter gekregen. Met Interreg-gelden stimuleerde Euregio Scheldemond samenwerking tussen kamers van koophandel, verenigingen en stichtingen, zorginstellingen en de toeristische sector. Euregio Scheldemond participeerde in Interreg I, Interreg II, Interreg III en Interreg IV. Sinds 2008 stimuleert Euregio Scheldemond ook grensoverschrijdende samenwerking via een eigen Scheldemondfonds.

Build by Westsite